05 april 2011
|
Columns overige
Maandagmorgen. Ik heb wat moeite met opstaan, nadat ik 5 dagen weg ben geweest. 5 dagen heerlijk ontspannen. Dan ga ik toch maar uit bed. Aangekleed, gegeten, wasmachine aan, opgeruimd, kopje koffie om wakker te worden. Dan is het half 10 en zijn alle kinderen de deur uit.
Tijd met God!
Zal ik beneden blijven en mijn Bijbel pakken? Of ga ik naar boven, naar mijn favoriete rode grote stoel, waar ik helemaal in weg kruipen kan?
Ik kies voor het laatste, want ik wil even heel dicht bij God zijn.
Ik heb het gevoel dat ik knielen moet voor Hem om ook werkelijk me weer nederig en toegewijd op te stellen.
Eigenlijk voel ik me wanhopig, verdrietig en verward.
Waarom klonken er zulke harde woorden, toen ik gisteren thuis kwam na 5 'vakantiedagen' en waarom doen die woorden mij zo'n pijn? Ik viel stil en wist even niets te zeggen. Ik kon amper bedenken wat ik zou kunnen zeggen. Dan komt er uit mijn mond: "Ik heb je gemist, ik hou van je! Het doet me erg pijn als je dit zegt." Opnieuw harde woorden als reactie daarop. Ik besloot het gesprek te stoppen en vraag mij af: Wat heb ik dan gemist?? En waarom?? Ben ik nog (mede) afhankelijk?
Ik heb tijdens deze dagen weg maar weinig over hem gepraat, maar juist meer en anders over mijzelf, mijn eigen gevoelens, en angsten, en gedachten, een stukje van mijn hart heb ik kunnen delen met mijn vriendin. En ik verlang er juist naar om mijn hart te delen met hem. Ik hou van hem, maar ik haat de zonde. Ik haat hem niet. Hij denk van wel.
Nu zit ik hier samen met God in alle stilte. Ik heb het koud, ik ben een beetje moe, en mijn tenen zijn ijspegels.
Maar de stoel voelt zacht en ik kan er helemaal in wegkruipen. Ik kruip weg dicht tegen mijn Liefde aan, de Here God.
Ik vraag of Hij mij wil omarmen, en of ik Zijn warmte mag voelen, of Hij mij wil bemoedigen, of Hij mij wil laten zien welke stappen ik zetten moet. Ik vraag of Hij mij Zijn vrede en rust weer wil geven. Ik vraag of Hij mijn pijn en eenzaamheid wil dragen.
Weggekropen in die mooie rode stoel.
Hij antwoordt mij; "Mijn last is licht en Mijn juk is zacht."
En na deze woorden ruil ik alles weer in;
mijn vermoeidheid voor Zijn kracht,
mijn zwakte voor Zijn sterkte,
mijn duisternis voor Zijn licht,
mijn problemen voor Zijn oplossing,
mijn zorgen voor Zijn vrijheid,
mijn frustraties voor Zijn vrede,
mijn innerlijke beroering voor Zijn kalmte,
mijn hoop voor Zijn beloften,
mijn pijn voor Zijn balsem van troost,
mijn vragen voor Zijn antwoorden,
mijn verwarring voor Zijn kennis,
mijn twijfel voor Zijn zekerheid,
mijn nietigheid voor Zijn ontzagwekkendheid,
het tijdelijke voor het eeuwige
en het onmogelijke voor het mogelijke.
Hij pakt het van mij aan. Zijn handen zijn open naar mij gericht. Hij heeft het allemaal op Zich genomen, net als 2000 jaar geleden. Hij heeft alles werkelijk alles gedragen. De pijn, het verdriet, de eenzaamheid, de verwarring, de wanhoop, de afwijzing; alles, echt alles.
Er is niets, niets dat Hij niet kent. Hij weet het.
Ik schuil, en kruip nog dieper in mijn rode stoel op zolder. Dicht tegen Hem aan.
En ik roep; het is volbracht!
Ik huil en huil, en laat het maar gaan. Ik wil wel uren in deze stoel blijven zitten, en zo dichtbij God ervaren; elk moment van de dag. Dan denk ik , als ik tot rust ben gekomen, waarom niet? Ik blijf nog een poosje zitten in mijn mooie rode stoel op zolder. Tijd met Hem is de beste tijd in mijn leven, en God heeft altijd tijd voor mij.
Ik voel weer een soort van adrealine door mijn lichaam stromen, ik mag Zijn vrede en rust langzaam weer gaan ervaren. Ik krijg weer vertrouwen dat Hij mij leidt en mij vertelt hoe het verder moet op deze levensreis op aarde, en in mijn huwelijk.
Ik wijd mij toe, en wil God gehoorzamen, ik heb Hem nodig elke dag op mijn reis door bergen en dalen, door woestijnen en oases, en door alles heen. Ik geef mezelf weer volledig aan Hem: Heer hier ben ik, met al mijn eigen zonden, al mijn pijn en ellende.
Dan sta ik weer op uit mijn stoel, met vrede en rust in mijn hart om deze dag verder aan te kunnen, samen met Hem. Wetend dat Hij mij draagt, dwars door alles heen. Ik ben dankbaar.
Fleur

