Kostbaar Vaatwerk
 

Het was een aantal dagen voor kerst en ik lag thuis op de bank. Binnen in mijn hart was het nog donkerder dan buiten en ik kon niet meer stoppen met huilen. Mijn man was al weken geleden uit huis gegaan, mijn hart was stuk van verdriet en de toekomst leek alleen maar ellendig. Er waren geen lichtpuntjes meer. Een kerstboom had ik niet en de supermarkt ontweek ik al dagen. De klank van het vrolijke 'Jingle Bells' en het zien van de mensen die druk aan het winkelen waren, maakten me nog verdrietiger dan ik al was. Ik voelde me eenzamer dan ooit; het leek wel alsof de hele wereld ernaar uitkeek om het Kerstfeest te vieren; iedereen was blij, behalve ik.

Inmiddels weet ik wel beter. Niet iedereen kijkt ernaar uit om Kerstfeest te vieren. Toen niet, en nu ook niet. In de afgelopen twee weken heb ik het verschillende keren horen zeggen: 'Kon ik kersfeest maar overslaan' of 'ik wou dat het al januari was'.
Misschien herken jij je in deze woorden. Omdat ook jij merkt dat de opgelegde vrolijkheid van 'Jingle Bells' niet past bij je verdrietige hart. Omdat het je laatste kerst wordt met je man. Of de eerste zonder. Omdat je er tegenop ziet om met een vrolijke lach te verschijnen aan het familiediner, terwijl het van binnen zo donker is...  Het kan dan helpen om te weten dat je niet de enige bent.

Dat besef hielp mij, zoveel jaar geleden, toen ik op de bank lag. De deurbel ging en ik stond langzaam op. Ik veegde snel de laatste tranen weg, en trok me er niets van aan dat ik in een oude joggingbroek en met mijn haren door de war de deur open deed. Daar stond een juf van de school van de kinderen. Ik kende haar niet goed, maar wist dat ze vorig jaar haar man had verloren. Ik wist niet goed wat ik moest zeggen, en zij ook niet. Maar ze gaf me een klein kerststukje en zei dat voor haar de kerstdagen zo moeilijk waren geweest, en dat ze zich voor kon stellen dat dat voor mij ook zo was. En weg was ze. De tranen kwamen meteen nadat ik de deur dichtdeed en haar weg zag gaan. Tranen van ontroering, omdat iemand mijn verdriet begreep, omdat er herkenning was. Omdat ik niet de enige was. Opeens voelde ik me niet zo eenzaam meer. Niet meer zo wanhopig.

Ik hoop dat het ook jou mag helpen om te weten dat je niet de enige bent die opziet tegen deze kerst. En weet je; je hoeft je verdriet niet weg te stoppen, je hoeft niet gemaakt vrolijk te zijn en geen kerstboom op te zetten als je dat niet wilt. Maar probeer deze kerstdagen stil te staan bij waar het met Kerst om draait. Niet om de druk bezochte winkels, de kerstdiners, het 'Jingle Bell', en zelfs niet om het gevoel van saamhorigheid. Kerst gaat erom dat God naar ons is toegekomen. Omdat Jezus mens geworden is, weet Hij - beter dan wie ook - hoe wij ons voelen. Hij ziet ons verdriet, Hij kent ons hart en voor alles wat we voelen, vrezen en verlangen is er ruimte bij Hem.

Is het een raar idee om dat eens heel concreet te maken? Om bijvoorbeeld te bedenken dat Hij het is die bij jou aan de buitendeur staat en aanbelt. En dat jij dan opendoet, temidden van al je verdriet en je eenzaamheid, met de tranen nog op je wangen en je oude kleren aan. En dat je Hem dan ziet staan. Hij kijkt je liefdevol aan en vraagt of Hij binnen mag komen. Hij neemt geen kerststukje voor je mee, maar Zichzelf. Hij geeft Zichzelf aan jou. Jezus is naar de wereld gekomen, maar niet om een schattig babietje in een kribbe te blijven. Hij is opgegroeid en man geworden.
Jezus heeft ons laten zien wie God is, hoeveel Hij van ons houdt, hoeveel Hij voor ons over heeft. Hij gaf zichzelf toen Hij stierf voor onze zonden aan het kruis op Golgotha, waarna hij binnen drie dagen weer opstond en later terugging naar Zijn Vader in de hemel.

Omdat Hij dat gedaan heeft, is er altijd hoop. Er is altijd nieuw leven, omdat Hij Degene is die ons het ware leven, echte vrijheid en genezing wil geven. En die kado's zijn zoveel groter dan een kerststukje ooit kan zijn. Hij wil het je geven. Ook deze kerst. Ook temidden van al je verdriet. Hij staat aan je deur. Hij heeft al aangebeld. En wat doe jij? Laat je Hem binnen?

" Ik sta voor de deur en klop aan. 
Als iemand mijn steum hoort, en de deur open doet, zal ik binnenkomen,
en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij. "
(Openbaringen 3:20)