03 februari 2011
|
Column Sarah
Het is donker buiten. Het licht van de lantaarnpaal schijnt door de kier in de gordijnen.
Je ligt in bed. Al een tijdje. Hij ligt weer naast je.
Het is stil in de slaapkamer. Geen enkele beweging. Geen enkel geluid.
Of toch?
Zacht gesnurk. Hij slaapt al.
Je voelt de tranen prikken achter je ogen.
De pijn ergens diep in je lichaam.
De onrust overal in je lijf en je gedachten die maar door je hoofd blijven malen.
Uit alle macht doe je je best om de gedachten te stoppen, de tranen terug te dringen en de pijn te negeren.
Het moet lukken. Je heb het al zoveel keer gedaan.
Je probeert niet te denken aan de hunkering diep binnen in je. De hunkering naar een liefdevolle bilk, een teder gebaar, armen om je heen, zachte woorden.
Je probeert niet de denken aan de leegte die je voelt omdat die armen er wel zijn. Maar niet om jou heen.
Aan de blikken die er wel zijn, maar niet op jou gericht.
Aan de woorden die er wel zijn, maar alleen boos en ontwijkend.
Terwijl hij dagelijks zijn honger stilt met beelden die jij niet kunt aanzien, blijf jij achter met een leeg hart en een koud lijf. Die leegte is voelbaar iedere keer wanneer hij oogcontact vermijdt. Iedere keer wanneer je beneden komt en een site wordt weggeklikt. Iedere keer als je alleen in bed ligt en je afvraagt wanneer hij weer naar boven komt. Iedere keer wanneer je - zoals nu - niet kunt slapen en je afvraagt wie die vreemde is die vroeger zo nabij was.
Uit alle macht probeer je niet te denken aan datgene wat zijn gedachten bezig houdt. Al maanden. Al jaren. Je probeert niet te denken aan het feit dat jij concureert met duizenden afbeeldingen. En wat je ook doet: jij wint het nooit. Zijn ogen, zijn hart, zijn behoeftes zijn gericht op anderen. Op plaatjes, op fantasieën en op andere vrouwen. En jij? Jij probeert te praten, te huilen, te smeken zelfs. Je doet en probeert alles om er maar voor te zorgen dat hij jou ziet staan. Jou: zijn eigen vrouw. Maar niets van wat jij doet zorgt ervoor dat hij jouw hunkering ziet. Niets wat jij zegt zorgt ervoor dat zijn ogen écht naar jou kijken. Dat zijn armen echt om jou heen zijn of zijn verlangen gericht is op jou.
En ondertussen hunkert jouw lijf naar zijn aanraking, jouw geest naar zijn aandacht en jouw hart naar zijn liefde. Al jaren. Je weet niet eens meer hoe lang.
Nu. Deze nacht. Naast hem in bed is het je ineens duidelijk.
Een helder moment waarin je alles scherp ziet: de eenzaamheid, de pijn, zijn weigering, de afstand.
En je beseft, meer dan ooit, zo kan het niet langer. De gevoelens die je dreigen te overspoelen willen het uitschreeuwen.
Maar je legt ze het zwijgen op. Opnieuw. Boosheid, angsten, grenzen: wees stil!!
Straks zul je, uiteindelijk, in slaap vallen.
En morgen ... is er weer een nieuwe dag. Morgen zul je je best doen om deze nacht weer te vergeten.
Vergeten. Daar ben je goed in geworden. In het wegstoppen van de pijn ook. In het negeren van de eenzaamheid en het vullen van de leegte.
Morgen zul je het weer goed praten. Zul je hém weer goedpraten.
Morgen zul je weer net doen alsof je niet ziet waar hij mee bezig is.
Morgen zul je zijn goedhouders en stilmakers weer slikken.
Deze nacht voel je de honger.
Maar morgen...
Morgen ben je weer blij met de kruimels.
Sarah - februari 2011

